Kijk eens om je heen. De natuur, de aarde, de hemel, alles wat je ziet... Wist je dat God dit allemaal geschapen heeft? Het staat in Exodus 20:11: "Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die." Indrukwekkend, toch?
Hij heeft het perfect gemaakt, vind je niet? Alles klopt gewoon. Daar mogen we Hem best wel eens voor bedanken. Het is zo makkelijk om te genieten van de mooie dingen, zoals het strand, de bossen, de bergen... maar vergeet dan niet wie erachter zit. Die schoonheid komt niet zomaar uit de lucht vallen.
We leven in een bijzondere tijd. De Bijbel spreekt over een oordeel. Dat klinkt misschien zwaar, maar het is ook een moment om stil te staan bij wie God is en wat Hij voor ons gedaan heeft. Hij is de Schepper van alles! Hem mogen we eren en respecteren. Dus laten we Hem de glorie geven die Hem toekomt, juist als we genieten van Zijn prachtige schepping.
Goede mensen weten hoe ze voor hun vee moeten zorgen. Slechte mensen zijn alleen maar wreed.
En God zei: "Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde."
U laat gras groeien voor het vee en planten voor de mensen. Zo leven de mensen van wat er op aarde groeit.
Maar vraag het eens aan de dieren. Zij zullen het je uitleggen. Vraag het eens aan de vogels. Zij weten hoe het zit.Of vraag het aan de aarde zelf. Die zal jullie inlichten. Vraag het aan de vissen in de zee. Zij zullen het jullie vertellen.Wie van hen weet niet dat de Heer dit Zelf doet?Zij weten allemaal dat God het is die hun het leven heeft gegeven.
Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren geen voorraden in schuren. Jullie hemelse Vader geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?
Je mag een os die in de oogst werkt, geen muilkorf omdoen [ want dan kan hij niet eten ].
Zorg ervoor dat het goed gaat met je vee. Zorg dat je kudden altijd genoeg te eten hebben.
Als je ziet dat de ezel van je vijand te zwaar beladen is en in elkaar zakt, mag je de man niet met het probleem laten zitten omdat hij je vijand is. Je moet hem helpen met het afladen van de ezel.
Heer, zo hoog als de hemel is, zó groot is uw liefde. Uw trouw komt tot aan de hoogste wolken.
Maar de zevende dag is mijn heilige rustdag. Dan mag niemand werken. Jullie niet, je zoon niet, je dochter niet, je knecht niet, je slavin niet, je vee niet, en de vreemdelingen die in jullie steden wonen ook niet.
"Ik sluit een verbond met jullie en met jullie familie ná jullie.Dat verbond geldt ook voor alle dieren die met jou uit de boot gekomen zijn: vogels, vee en wilde dieren, alle dieren van de aarde.
Wolven en schapen zullen samen grazen. Leeuwen zullen net als koeien gras eten. Slangen zullen stof eten. Ze zullen niemand kwaad doen. Op mijn heilige berg zal niemand een ander nog kwaad doen, zegt de Heer."
Kijk naar de mieren, luiwammes, kijk hoe ze leven, en leer daar iets van.Want ook al hebben ze geen aanvoerder, geen leider en geen koning,toch verzamelen ze in de zomer alvast hun eten [ voor de winter ]. In de oogsttijd verzamelen ze voedsel.
Jullie weten dat vijf mussen worden verkocht voor maar twee muntjes. Maar niet één van die mussen is door God vergeten.
Wat heeft U alles toch mooi gemaakt, Heer! Alles zit zo knap en zo wijs in elkaar! De aarde is vol met de prachtige dingen die U heeft gemaakt.
Israël, je zal mijn bruid worden, voor eeuwig. Ik zal jou tot mijn bruid maken omdat Ik eerlijk, trouw, liefdevol en vriendelijk ben.
Zou Ik dan niet treuren over de verwoesting van die grote stad Ninevé? Er wonen meer dan 120.000 mensen. Mensen die het verschil tussen goed en kwaad niet weten. Bovendien nog heel veel onschuldige dieren. [ Ik wilde liever dat al die mensen en dieren blijven leven. ]"
Als je in een boom of op de grond een vogelnest vindt met jonge vogels of met eieren waarop de moedervogel zit, mag je de eieren en de jonge vogels meenemen, maar de moedervogel niet.Je moet de moedervogel laten wegvliegen. Maar [ de eieren en ] de jongen mag je meenemen. Dan zal het goed met je gaan en zul je lang leven.
Je mag zes dagen per week werken. Maar op de zevende dag moet je uitrusten. Dan kunnen ook je koe en je ezel uitrusten. En de zoon van je slavin en de vreemdeling [ die als knecht voor je werkt ] kunnen weer op adem komen.
Dan zullen wolven en schapen bij elkaar leven. Panters en geitjes zullen samen liggen rusten. Kalveren en jonge leeuwen groeien samen op. Een kleine jongen zal ze hoeden.
Maar in het zevende jaar moet je het land laten liggen zoals het is. Je moet het met rust laten. Wat er nog vanzelf opkomt, is voor de arme mensen. En wat zij laten staan, is voor de wilde dieren. Hetzelfde moet je doen met je wijngaarden en olijfbomen.
Jullie mogen geen vlees eten van dieren die jullie dood hebben gevonden. Jullie mogen zulk vlees wel te eten geven aan de vreemdelingen die in jullie steden wonen, of verkopen aan een buitenlander. Maar jullie mogen er zelf niet van eten, want jullie zijn van de Heer. En je mag een jong geitje niet koken in de melk van zijn moeder.
Want alle wilde dieren in de bossen, alle dieren op duizenden bergen zijn van Mij.Ik ken elke vogel in de bergen. Alle wilde dieren zijn van Mij.
Hij zal als een herder zijn kudde hoeden. Hij zal de lammetjes in zijn armen nemen en ze dragen. De schapen die jongen hebben, zal Hij rustig leiden.
U heeft hem een iets lagere plaats gegeven dan de engelen. [ Maar ] U heeft hem [ ook ] grote eer en macht gegeven.Hij mag van U heersen over alles wat U heeft gemaakt. U laat hem over alles heersen:de schapen en koeien, de wilde dieren,
Je mag het jong van een koe, schaap of geit niet op dezelfde dag slachten als zijn moeder.
En Hij zei tegen hen: "Als de ezel of de os van één van jullie op de heilige rustdag in een waterput valt, wie van jullie zal hem er dan niet onmiddellijk uittrekken?"
Je bent verstandig als je naar een waarschuwing luistert. Maar als je dat niet doet, ben je onverstandig.
Ik heb hem de woestijn als woonplaats aangewezen. Ik liet hem wonen bij de zoutvlakten.Hij heeft niets te maken met de drukte van de stad. Hij wordt door niemand opgejaagd om sneller te lopen.Hij graast op de bergen en zoekt malse groene plantjes.Zou een wilde buffel voor jou willen werken? Zou hij 's nachts bij de voerbakken in je stal willen staan?
De wilde dieren zullen Mij eren. Want Ik zal water in de woestijn geven en rivieren in de wildernis. Dat doe Ik om het volk dat Ik heb uitgekozen, te drinken te geven.
Hij ging naar hem toe en verzorgde de wonden met olijf-olie en wijn. Daarna verbond hij hem, zette hem op zijn ezel en bracht hem naar een herberg. Daar verzorgde hij hem verder.
Ja, ook de wet van Mozes zegt daar iets over. Want daarin staat: "Je mag een os die in de oogst werkt, geen muilkorf omdoen. [ Hij moet onder het werken kunnen eten. ]" Zegt God dat alleen vanwege de ossen?
Ik zeg niet dat jullie Mij niet genoeg offers brengen. Want jullie offeren aldoor aan Mij.Maar Ik heb geen stieren van jullie nodig. Ik hoef geen geiten uit jullie stallen.
Want het lot van de mensen is hetzelfde als van de dieren. Ze worden allebei door hetzelfde lot getroffen. Want dieren en mensen sterven allebei. Allebei hebben dezelfde soort adem. De mensen zijn niet anders dan de dieren. Ze zijn maar lucht, tijdelijk, voorbijgaand.
Slangen zullen er nestelen en er hun eieren leggen. Ze zullen ze uitbroeden en ze onder zich beschermen. Ook zullen de gieren zich daar verzamelen.
Maar Hij zei tegen hen: "Als je schaap op de heilige rustdag in een put valt, trek je het er toch onmiddellijk uit?En een mens is toch veel belangrijker dan een schaap? Daarom mag je op de heilige rustdag goed doen."
Zing voor Hem die de wolken maakt, die regen geeft aan de aarde, die het gras doet groeien op de bergen,
Koeien en beren zullen samen gras eten. Hun jongen zullen samen spelen. Leeuwen zullen net als koeien hooi eten.
Want je schapen zorgen ervoor dat je wol hebt voor kleren. Met je geiten kun je betalen voor een nieuwe akker.
Stel dat iemand een put opent of een put graaft en de opening niet afdekt en er valt een koe of een ezel in.Dan moet de eigenaar van de put een vergoeding betalen aan de eigenaar van het dier. Hij moet hem de waarde van het dier betalen. Het dode dier mag hij houden.
Ik zal op de bergen en heuvels van Israël een goede plek voor ze zoeken met veel gras. Ze zullen rustig kunnen eten zoveel als ze willen.
Alle mensen kijken vol vertrouwen naar U. U geeft hun te eten wanneer ze dat nodig hebben.
De Heer had van het stof van de aarde alle dieren en alle vogels gemaakt. Daarna had Hij ze naar Adam [ (='mens' of 'stof') ] gebracht. Want Adam mocht alle dieren namen geven. En zoals Adam de dieren noemen zou, zo zouden ze voortaan heten.
Als Ik honger had, hoefde Ik dat jullie niet te zeggen. Want de wereld is van Mij. Alles op aarde is mijn eigendom.
Maar jij moet spreken voor mensen die niet voor zichzelf kunnen opkomen. Jij moet opkomen voor het recht van mensen die vertrapt en uitgebuit worden.
Kijk eens naar de vogels. Ze zaaien niet, ze maaien niet en ze bewaren niets in voorraadkamers of schuren. God geeft ze te eten. Jullie zijn toch veel belangrijker dan de vogels?
God zegende hen en zei tegen hen: "Krijg veel kinderen, zodat er heel veel mensen komen. Ga over de hele aarde wonen en heers over de aarde. Zorg voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht en de kruipende dieren.
Dan zal Ik u met al die vissen neergooien in de woestijn. Daar zult u blijven liggen. Niemand zal u begraven. De wilde dieren en de vogels zullen u opeten.
Niemand zal een ander nog kwaad doen op Gods heilige berg. Want op de hele aarde zal iedereen de Heer kennen. Zoals de zee vol is van water, zo zullen de mensen vol zijn van de Heer.
Uw rechtvaardigheid is zo groot als de hoogste bergen. Uw wijsheid is zo groot als de diepste oceaan. U redt mensen en dieren, Heer.
Maar mensen die op de Heer vertrouwen, zullen nieuwe kracht krijgen. Ze zullen opstijgen als een arend. Ze zullen lopen, maar niet moe worden. Ze zullen verder gaan, maar niet uitgeput raken.
Ik verlang er hevig naar om in uw heiligdom te zijn. Met alles wat in mij is, juich ik voor de levende God.
Maar God was Noach en alle dieren bij hem in de boot niet vergeten. Hij zorgde ervoor dat de wind het water wegblies, zodat het water zakte.
De Engel van de Heer zei tegen hem: "Waarom heb je je ezel nu drie keer geslagen? Ik sta hier als jouw vijand. Want Ik wil niet dat je deze reis maakt.De ezel zag Mij en is drie keer voor Mij opzij gegaan. Als hij dat niet gedaan had, zou Ik jou nu hebben gedood en de ezel in leven hebben gelaten."
Breng van alle dieren één mannetje en vrouwtje in de boot. Zij zullen samen met jullie worden gered.Van alle soorten vogels en van alle soorten dieren zullen één mannetje en één vrouwtje naar je toe komen om te worden gered.
Als je iemands ezel of os op de weg ziet neervallen onder de last die hij draagt, moet je de eigenaar helpen om het dier weer overeind te krijgen. Je mag het dier niet aan zijn lot overlaten.
Ook je eerstgeboren koeien, schapen en geiten zijn voor Mij. Ze mogen zeven dagen bij hun moeder blijven, maar op de achtste dag moet je ze aan Mij geven.
Zing voor Hem die de wolken maakt, die regen geeft aan de aarde, die het gras doet groeien op de bergen,die het vee te eten geeft, die de jonge vogels voert als ze roepen.
"Geef de Israëlieten de volgende regels over de dieren die ze mogen eten:Jullie mogen alle dieren eten die gespleten hoeven hebben, als die dieren ook herkauwen. En de hoeven moeten helemaal gespleten zijn.
Als je een weggelopen koe, schaap of geit van iemand anders vindt, moet je het dier terugbrengen. Je mag het dier niet aan zijn lot overlaten.
Deze vier dieren zijn de kleinste op de aarde, maar zijn wel heel erg wijs:De mieren – een groot volk van diertjes zonder kracht, maar toch verzamelen ze in de zomer eten voor de hele winter.
Neem van alle reine dieren zeven paartjes mee, dus zeven mannetjes en zeven vrouwtjes. Maar neem van de dieren die niet rein zijn één paartje mee, dus één mannetje en één vrouwtje.Neem ook van alle soorten vogels zeven paartjes mee, dus zeven mannetjes en zeven vrouwtjes, om hun soort te redden.
Als jullie daar wonen, denk er dan aan dat alles wat het eerst geboren wordt, voor de Heer is. Elke eerste zoon [ in een gezin ] is voor de Heer. En elk eerste mannetjes-dier dat uit een vrouwtje geboren wordt, is voor de Heer.
Maar de zevende dag is mijn heilige rustdag. Dan mag niemand werken. Jullie niet, je zoon niet, je dochter niet, je knecht niet, je slavin niet, je vee niet, en de vreemdelingen die in jullie steden wonen ook niet. Zo kunnen jullie knechten en slavinnen op die dag uitrusten, net als jullie.
Het was haar eerste kind, een zoon. Maria wikkelde Hem in een doek en legde Hem in een voerbak van de dieren. Want in de herberg was voor hen geen plaats.
Als ik zie hoe mooi de sterrenhemel is, als ik kijk hoe prachtig U de maan en de sterren heeft gemaakt,[ dan vraag ik mij af: ] "Hoe kan het dat U aan de mens denkt? Hoe kan het dat U Zich met hem bezighoudt?"U heeft hem een iets lagere plaats gegeven dan de engelen. [ Maar ] U heeft hem [ ook ] grote eer en macht gegeven.Hij mag van U heersen over alles wat U heeft gemaakt. U laat hem over alles heersen:de schapen en koeien, de wilde dieren,
Voortaan mogen jullie alles eten. Niet langer alleen de planten, maar ook de dieren.Jullie mogen alleen geen vlees eten waar het bloed nog in zit. Want in het bloed zit het leven.
Want de mensen die dorst hadden, heeft Hij te drinken gegeven. En de mensen die honger hadden, heeft Hij meer dan genoeg te eten gegeven.
Ze behandelt haar jongen hard, alsof ze niet van haar zijn. Het maakt haar niet uit als ze voor niets eieren heeft gelegd.Want Ik heb haar geen wijsheid gegeven. Ik heb haar nu eenmaal niet verstandig gemaakt.Wanneer ze van de grond opstaat, rent ze sneller dan paarden en ruiters en lacht hen uit.Kun jij een paard sterk maken? Heb jij de golvende manen op zijn nek laten groeien?Kun jij ervoor zorgen dat het zo goed springt als een sprinkhaan? Iedereen is bang als het trots briest!Vrolijk woelt het met zijn hoeven de grond om. Krachtig stort het zich in de strijd.Een paard kent geen angst en is nergens bang voor. Het vlucht niet voor het zwaard.
Ook aan de volgende dingen moeten jullie je houden: jullie mogen geen twee verschillende soorten vee met elkaar laten paren, geen twee soorten zaad op één akker zaaien en geen kleren dragen die van twee soorten materiaal geweven zijn.
Deze drie, nee, deze vier lopen heel statig en deftig:een leeuw, de koning van de dieren die voor niets of niemand bang is,een windhond met sterke flanken, een bok, en een koning die onoverwinnelijk is.
Wie ziet dat de adem van de mensen omhoog gaat naar de hemel en de adem van de dieren naar beneden, de aarde in?
En God zei: "Ik wil dat er uit de aarde allerlei dieren ontstaan, allemaal verschillende soorten. Wilde dieren, vee, kruipende dieren, allemaal verschillende soorten." Wat Hij zei, gebeurde.
Want voor al het vlees geldt dat het leven van het dier in het bloed zit. Daarom heb Ik tegen jullie gezegd dat jullie van geen enkel dier vlees mogen eten waar het bloed nog in zit. Want het leven zit in het bloed. Als iemand vlees eet waar het bloed nog in zit, moet hij worden gedood.
Maar Ik luister niet naar mensen die niet alleen stieren voor Mij slachten, maar ook mensen slachten! Die schapen aan Mij offeren, maar ook honden! Die meel offeren, maar ook varkensbloed! Die wierook-offers brengen in de hoop dat Ik aan hen zal denken, maar ook offeren aan afgoden! Ze doen liever wat ze zelf willen [ in plaats van dat ze leven zoals Ik het wil ]. Ze houden van hun walgelijke godenbeelden.
Maar vraag het eens aan de dieren. Zij zullen het je uitleggen. Vraag het eens aan de vogels. Zij weten hoe het zit.
De Heer is rechtvaardig in alles wat Hij doet. Aan alles wat Hij doet is zijn liefde te zien.
U laat gras groeien voor het vee en planten voor de mensen. Zo leven de mensen van wat er op aarde groeit.Ze hebben wijn om hen vrolijk te maken, olijf-olie om zich mee te verzorgen, brood om sterk en gezond te blijven.
[ De Heer zegt: ] "Want let op, Ik maak een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Alles wat vroeger gebeurd is, zal vergeten zijn. Niemand zal er nog aan denken.
Kun jij hem dwingen het land voor je om te ploegen? Zal hij achter je aanlopen om stenen voor je uit de grond te sleuren?Kun je op hem vertrouwen omdat het zo'n sterk dier is? Laat je hem voor je zwoegen?Reken je er op dat hij je oogst wel voor je binnen zal halen? Dat hij het naar de plaats zal brengen waar de graankorrels uit de aren worden geklopt?Heb jij de pauwen hun prachtige veren gegeven? Of vleugels aan de ooievaars en struisvogels?Een struisvogel legt haar eieren gewoon in de grond en laat het aan het warme zand over om ze uit te broeden.Ze vergeet dat iemand ze zou kunnen vertrappen en dat de wilde dieren ze zouden kunnen opeten.
Gods Geest gaf hen rust, zoals vee rust vindt in het groene dal.' Heer, zo heeft U uw volk geleid en zo bent U beroemd geworden.