Openbaring 6:8 - Statenvertaling Jongbloed-editie8 En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel8 En ik zag een grauw paard komen. De ruiter op dat paard heette 'Dood', en het dodenrijk kwam achter hem aan. Ze kregen de macht over een vierde deel van de mensen op aarde, om van hen te doden door oorlog, honger, ziekte en wilde dieren. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling8 En ik zag een vaal paard en de naam van degene, die erop zat, was ‘De dood’ en het dodenrijk volgde hem. En hem werd de macht gegeven over een vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard en met de honger en met de dood en door de wilde dieren van de aarde. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling8 En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. Zie het hoofdstukHet Boek8 Toen kwam er een paard met een grauwe kleur. De dood zat op zijn rug en het dodenrijk volgde hem op de voet. Die twee kregen macht om een kwart van alle mensen te doden door het zwaard, de honger, de pest en de wilde dieren. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19518 En ik zag, en zie, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was [de] dood, en het dodenrijk volgde achter hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde om te doden, met het zwaard, met de honger, met de zwarte dood en door de wilde dieren der aarde. Zie het hoofdstuk |