Openbaring 2:20 - Statenvertaling Jongbloed-editie20 Maar Ik heb enige weinige dingen tegen u, dat gij de vrouw Jezabel, die zichzelve zegt een profetes te zijn, laat leren, en Mijn dienstknechten verleiden, dat zij hoereren en afgodenoffer eten. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel20 Maar Ik vind het níet goed van jullie, dat jullie de vrouw Izebel haar gang laten gaan. Ze zegt dat ze namens Mij spreekt, maar ze leert mijn dienaren heel verkeerde dingen. Ze probeert de mensen ontrouw te maken aan Mij. Ze haalt mijn dienaren over om offers te gaan brengen aan de afgoden. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling20 Maar Ik heb veel tegen je: dat jij je vrouw Izebel haar gang laat gaan, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is en die mijn dienaren leert en verleidt om te hoereren en afgodenoffers te eten. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling20 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat u de vrouw Izebel, die van zichzelf zegt dat zij een profetes is, ongemoeid haar gang laat gaan om te onderwijzen en Mijn dienstknechten te misleiden, zodat zij hoererij bedrijven en afgodenoffers eten. Zie het hoofdstukHet Boek20 Toch heb Ik iets tegen u. U laat die vrouw Izebel maar haar gang gaan. Zij beweert namens Mij te spreken, maar leert de vreselijkste dingen. Zij verleidt mijn dienaren tot ontucht en het eten van vlees dat aan afgoden geofferd is. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195120 Maar Ik heb tegen u, dat gij de vrouw Izebel laat begaan, die zegt, dat zij een profetes is, en zij leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te eten. Zie het hoofdstuk |