Numeri 9:7 - Statenvertaling Jongbloed-editie7 En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over het dode lichaam eens mensen; waarom zouden wij verkort worden, dat wij de offerande des HEEREN op zijn gezetten tijd niet zouden offeren, in het midden van de kinderen Israëls? Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel7 Ze vroegen hen: "Wij zijn onrein doordat we een dode hebben aangeraakt. Mogen wij nu niet samen met de andere Israëlieten het Paasfeest vieren?" Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling7 en die mannen zeiden tegen hem: “Wij zijn onrein door het lijk van een mens. Waarom worden wij tegengehouden, zodat wij de offergave van de HEERE niet kunnen brengen op de daarvoor vastgestelde tijd te midden van de zonen van Israël?” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling7 En die mensen zeiden tegen hem: Wij zijn onrein vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens. Waarom zouden wij afgehouden worden om de offergave van de HEERE op zijn vastgestelde tijd in het midden van de Israëlieten aan te bieden? Zie het hoofdstukHet Boek7 Zij legden hun probleem aan Mozes en Aäron voor en vertelden dat zij zich tekort gedaan voelden omdat zij hun offers niet op de vastgestelde tijd mochten brengen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19517 En die mannen zeiden tot hen: Wij zijn onrein door aanraking van het lijk van een mens, waarom wordt ons nu belet de offergave des Heren op de daarvoor bepaalde tijd te midden van de Israëlieten te brengen? Zie het hoofdstuk |