Numeri 9:6 - Statenvertaling Jongbloed-editie6 Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam eens mensen onrein waren, en op denzelven dag het pascha niet hadden kunnen houden; daarom naderden zij voor het aangezicht van Mozes, en voor het aangezicht van Aäron op dienzelven dag. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel6 Nu waren er een paar mannen die onrein waren doordat ze een dode hadden aangeraakt. Daardoor konden ze die dag niet het Paasfeest vieren. Ze gingen aan Mozes en Aäron vragen wat ze doen moesten. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling6 Sommige mannen waren onrein geworden door het lijk van een mens en konden op die dag het Voorbijgaansoffer niet klaarmaken. Zij kwamen op die dag bij Mozes en bij Aäron Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling6 Nu waren er mensen die vanwege het aanraken van het dode lichaam van een mens onrein waren, en op die dag het Pascha niet konden houden. Daarom kwamen zij die dag naar voren, vóór Mozes en vóór Aäron. Zie het hoofdstukHet Boek6 Het geval deed zich voor dat enkele mannen onrein waren omdat zij een dode hadden aangeraakt. Zij konden Pesach dus niet meevieren en niet van het lam eten. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19516 Nu waren er enige mannen, die onrein waren door aanraking van het lijk van een mens, zodat zij op die dag het Pascha niet konden vieren; dezen verschenen op die dag vóór Mozes en Aäron. Zie het hoofdstuk |