Numeri 8:19 - Statenvertaling Jongbloed-editie19 En Ik heb de Levieten aan Aäron en aan zijn zonen tot een gift gegeven, uit het midden van de kinderen Israëls, om den dienst van de kinderen Israëls in de tent der samenkomst te bedienen, en om voor de kinderen Israëls verzoening te doen, dat er geen plage zij onder de kinderen Israëls, als de kinderen Israëls tot het heiligdom naderen zouden. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel19 Ik geef hen aan Aäron en zijn zonen. Zij moeten hen namens de Israëlieten helpen bij de tent van ontmoeting. En zij moeten Mij steeds om vergeving vragen voor de Israëlieten. Want als de andere Israëlieten te dicht bij mijn heiligdom komen, zullen ze sterven." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling19 Ik heb de Levieten aan Aäron en aan zijn zonen als een geschenk gegeven uit de zonen van Israël, om de dienst van de zonen van Israël in de Tent van de Ontmoeting uit te voeren en om over de zonen van Israël verzoening te doen, opdat er geen plaag zal komen onder de zonen van Israël, wanneer de zonen van Israël tot het Heiligdom naderen.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling19 Ik gaf de Levieten als gaven aan Aäron en aan zijn zonen uit het midden van de Israëlieten om de dienst van de Israëlieten in de tent van ontmoeting te verrichten, en om voor de Israëlieten verzoening te doen, zodat er geen plaag onder de Israëlieten zal zijn wanneer de Israëlieten tot het heiligdom naderen. Zie het hoofdstukHet Boek19 En Ik zal de Levieten als een geschenk geven aan Aäron en zijn zonen. De Levieten zullen in de tabernakel de heilige taken uitvoeren die waren opgelegd aan de Israëlieten. Zij zullen de gaven van het volk offeren om verzoening over hen te doen. Er zal dan geen plaag onder de Israëlieten voorkomen, wat wel zou gebeuren als gewone mensen de tabernakel zouden binnengaan.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195119 en Ik gaf de Levieten uit de Israëlieten als geschonkenen aan Aäron en zijn zonen, om de dienst der Israëlieten bij de tent der samenkomst te verrichten, en om verzoening te doen over de Israëlieten, opdat er geen plaag zij onder de Israëlieten, wanneer de Israëlieten tot het heilige zouden naderen. Zie het hoofdstuk |