Numeri 5:8 - Statenvertaling Jongbloed-editie8 Maar zo die man geen losser zal hebben, om de schuld aan hem weder uit te keren, zal die schuld, welken den HEERE weder uitgekeerd wordt, des priesters zijn; behalve den ram der verzoening, met welken hij voor hem verzoening doen zal. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel8 Maar als die ander niet meer leeft en ook geen familie heeft aan wie hij het kan betalen, moet hij het aan Mij betalen. De priester mag het hebben. De priester krijgt dus niet alleen het mannetjes-schaap dat de man moet offeren om vergeving te krijgen, maar ook dat wat de man moest betalen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling8 Maar als er voor de man geen losser is om de schuld aan terug te betalen, dan zal de schuld, die aan de HEERE moet worden terugbetaald, voor de priester zijn, naast het ram van de verzoening waarmee hij verzoening over hem zal doen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling8 Maar als die man geen losser heeft om aan hem de schuld te vergoeden, is de schuld die vergoed moet worden aan de HEERE, voor de priester, naast de ram van verzoening waarmee hij voor zichzelf verzoening moet doen. Zie het hoofdstukHet Boek8 Maar als de persoon die hij onrecht heeft aangedaan, is gestorven en er geen naaste bloedverwant is aan wie hij kan aflossen, moet die vergoeding aan de priester worden gegeven, samen met een ram als verzoening. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19518 Maar heeft die man geen losser, aan wie de schuld vergoed zou kunnen worden, dan zal de schuld die vergoed moet worden, aan de Here vervallen, ten bate van de priester, ongeacht de ram der verzoening, waarmee deze over hem verzoening zal doen. Zie het hoofdstuk |