Numeri 4:14 - Statenvertaling Jongbloed-editie14 En zij zullen daarop leggen al zijn gereedschap, waarmede zij aan hetzelve dienen, de koolpannen, de krauwelen, en de schoffelen, en de sprengbekkens, al het gereedschap des altaars; en zij zullen daarover een deksel van dassenvellen uitspreiden, en zullen deszelfs handbomen aanleggen. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel14 Daarop moeten ze alle dingen leggen die bij het altaar gebruikt worden: de vuurpannen, vorken, scheppen en offerschalen. Daar overheen moeten ze een kleed van dun leer leggen. Daarna moeten ze de draagstokken aan het altaar vastmaken. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling14 Daarop zullen zij al zijn voorwerpen leggen, waarmee zij de dienst daarvoor verrichten: de vuurschalen, de vorken, de scheppen en de sprenkelkommen, al de voorwerpen van het altaar. Daarover zullen zij een dekkleed van dolfijnenhuiden uitspreiden en ook zullen zij de bijbehorende draagstokken aanbrengen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling14 en daarop al zijn voorwerpen leggen, waarmee zij de dienst met betrekking tot het altaar verrichten: de vuurschalen, de vorken, de scheppen, de sprengbekkens, kortom alle voorwerpen voor het altaar; en zij moeten daarover een deken van zeekoeienhuiden uitspreiden, en zijn draagbomen aanbrengen. Zie het hoofdstukHet Boek14 Alle toebehoren van het altaar moeten op dat kleed worden gelegd—de vuurpannen, de vorken, de scheppen en de schalen—en daar overheen zal een afdekking van dassenvellen komen te liggen. Ten slotte moeten dan de draagstokken worden aangebracht. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195114 en daarop leggen al zijn gerei, waarvan men zich daarbij bedient, de vuurpannen, de vorken, de scheppen, de sprengbekkens, al het gerei van het altaar, en daarover een bedekking van tachasvel spreiden, en de draagstokken aanbrengen. Zie het hoofdstuk |