Numeri 3:4 - Statenvertaling Jongbloed-editie4 Maar Nadab en Abíhu stierven voor het aangezicht des HEEREN, als zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN in de woestijn van Sinaï brachten, en hadden geen kinderen, doch Eleázar en Ithamar bedienden het priesterambt voor het aangezicht van hun vader Aäron. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel4 Nadab en Abihu waren door de Heer gedood in de Sinaï-woestijn, toen ze onheilig vuur bij de Heer hadden gebracht. Maar Eleazar en Itamar waren priesters bij hun vader Aäron [ die hogepriester was ]. Nadab en Abihu hadden geen kinderen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling4 Maar Nadab en Abihu waren voor het aangezicht van de HEERE gestorven, toen zij vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE brachten, in de woestijn Sinaï. Zij hadden geen zonen. Daarom dienden Eleazar en Ithamar als priester voor het aangezicht van hun vader Aäron. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling4 Nadab en Abihu waren voor het aangezicht van de HEERE gestorven, toen zij in de woestijn Sinaï vreemd vuur voor het aangezicht van de HEERE gebracht hadden. En zij hadden geen zonen, zodat Eleazar en Ithamar als priester dienden tijdens het leven van hun vader Aäron. Zie het hoofdstukHet Boek4 Maar Nadab en Abihu stierven in de woestijn van de Sinaï toen zij bij het altaar van de Here onheilig vuur gebruikten. Omdat Nadab en Abihu geen kinderen achterlieten, waren alleen Eleazar en Itamar overgebleven om hun vader Aäron te assisteren in de tabernakel. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19514 Nadat Nadab en Abihu voor het aangezicht des Heren gestorven waren in de woestijn Sinai, toen zij vreemd vuur vóór de Here brachten – zij hadden geen zonen – bekleedden Eleazar en Itamar het priesterambt tijdens het leven van hun vader Aäron. Zie het hoofdstuk |