Numeri 3:36 - Statenvertaling Jongbloed-editie36 En het opzicht der wachten van de zonen van Merári zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort; Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel36 Ze moesten zorgen voor de planken van de tent van ontmoeting, de dwarsbalken, de palen, de voetstukken, en alle dingen die daarbij horen. Ook moesten ze daar alles aan doen wat er zoal aan gebeuren moet. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling36 De zonen van Merari hadden de taak om zorg te dragen voor alle planken van de Woning, zijn dwarsbalken, zijn zuilen, zijn voetstukken en alle voorwerpen, en voor al het ermee samenhangende dienstwerk, Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling36 En de opgedragen taak van de nakomelingen van Merari was de zorg voor de planken van de tabernakel, met zijn dwarsbalken, zijn pilaren, zijn voetstukken, en al zijn voorwerpen, ja, voor heel de dienst ervan. Zie het hoofdstukHet Boek36-37 Deze twee families waren verantwoordelijk voor het onderhoud van de panelen van de tabernakel, de pilaren, de voetstukken van de pilaren en al het gerei, dat nodig was voor hun gebruik, de pilaren rond de voorhof en hun voetstukken, de grondpennen en de scheerlijnen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195136 Aan de Merarieten was opgedragen de zorg voor de planken van de tabernakel, zijn balken, zijn pilaren, zijn voetstukken, al zijn gerei en alles wat daaraan te doen was, Zie het hoofdstuk |