Numeri 2:34 - Statenvertaling Jongbloed-editie34 En de kinderen Israëls deden naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had, zo legerden zij zich naar hun banieren, en zo trokken zij op, een iegelijk naar zijn geslachten, naar het huis zijner vaderen. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel34 En de Israëlieten zetten hun tenten neer op de plaats die de Heer voor elke stam had bepaald. Alle families zetten hun tenten op rond de vlag waar ze bij hoorden. Ook als de Israëlieten optrokken, bleef iedereen bij de stam en de vlag waar hij bij hoorde. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling34 De zonen van Israël handelden in overeenstemming met alles wat de HEERE aan Mozes geboden had: zoals zij hun kampen bij hun vaandels opsloegen, zo braken zij ook op, geordend naar hun families, ieder overeenkomstig het huis van zijn vaderen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling34 De Israëlieten deden overeenkomstig alles wat de HEERE Mozes geboden had; zo sloegen zij hun kamp op bij hun vaandels, en zo braken zij op, ieder ingedeeld naar zijn geslachten en naar zijn familie. Zie het hoofdstukHet Boek34 Zo voerden de Israëlieten nauwkeurig alle opdrachten van de Here uit. Zij zetten hun tenten op bij hun eigen banier en braken in bovengenoemde volgorde ook weer op, ingedeeld naar stam en familie. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195134 En de Israëlieten deden het; juist zoals de Here Mozes geboden had, legerden zij zich naar hun vendels, en braken zij op, ieder naar zijn geslacht, bij zijn familie. Zie het hoofdstuk |