Markus 6:38 - Statenvertaling Jongbloed-editie38 En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel38 Hij zei tegen hen: "Ga eens kijken hoeveel brood jullie hebben." Toen ze dat hadden gedaan, zeiden ze: "Vijf broden. En twee vissen." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling38 Hij zei tegen hen: “Ga eens kijken hoeveel brood jullie hier hebben!” Nadat zij waren gaan kijken, zeiden zij tegen Hem: “Vijf broden en twee vissen!” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling38 En Hij zei tegen hen: Hoeveel broden hebt u? Ga eens kijken. En toen zij het te weten gekomen waren, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. Zie het hoofdstukHet Boek38 ‘Hoeveel brood hebben jullie?’ vroeg Hij. ‘Ga eens kijken.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195138 Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat eens zien! En toen zij het nagegaan hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. Zie het hoofdstuk |