Markus 6:37 - Statenvertaling Jongbloed-editie37 Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven? Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel37 Maar Hij antwoordde: "Geven jullie hun maar te eten." Ze zeiden tegen Hem: "Moeten we dan voor 200 zilverstukken brood gaan kopen om hun te eten te geven?" Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling37 Maar Hij zei tegen hen: “Geven jullie hun te eten!” Zij zeiden tegen Hem: “Moeten wij dan voor tweehonderd dinar brood gaan kopen en hun te eten geven?” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling37 Maar Hij antwoordde hun en zei: Geeft u hun te eten. En zij zeiden tegen Hem: Moeten wij voor tweehonderd penningen brood gaan kopen en hun te eten geven? Zie het hoofdstukHet Boek37 Maar Jezus antwoordde: ‘Geven jullie hun maar te eten.’ ‘Moeten wij dan brood gaan kopen?’ vroegen ze. ‘Het kost een kapitaal om al die mensen te eten te geven!’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195137 Maar Hij antwoordde hun en zeide: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij dan voor tweehonderd schellingen brood gaan kopen en hun te eten geven? Zie het hoofdstuk |