Markus 6:24 - Statenvertaling Jongbloed-editie24 En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel24 Ze ging naar haar moeder en vroeg: "Wat zal ik vragen?" Haar moeder zei: "Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling24 Zij verliet de feestzaal en zei tegen haar moeder: “Wat zal ik hem vragen?” Zij zei tegen haar: “Het hoofd van Johannes de Doper.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling24 En zij ging weg en zei tegen haar moeder: Wat zal ik vragen? En die zei: Het hoofd van Johannes de Doper. Zie het hoofdstukHet Boek24 Zij ging naar buiten en vroeg aan haar moeder: ‘Wat moet ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Vraag hem om het hoofd van Johannes de Doper.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195124 En zij ging heen en zeide tot haar moeder: Wat zal ik vragen? En deze zeide: Het hoofd van Johannes de Doper. Zie het hoofdstuk |