Markus 5:31 - Statenvertaling Jongbloed-editie31 En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt? Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel31 Zijn leerlingen zeiden tegen Hem: "U ziet dat de mensen tegen U aan dringen. En dan vraagt U wie U aangeraakt heeft?" Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling31 Zijn discipelen zeiden tegen Hem: “U ziet dat de menigten tegen U opdringen. Hoe kunt U dan zeggen: ‘Wie heeft Mij aangeraakt?’” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling31 En Zijn discipelen zeiden tegen Hem: U ziet dat de menigte tegen U opdringt, en zegt U dan: Wie heeft Mij aangeraakt? Zie het hoofdstukHet Boek31 Zijn leerlingen zeiden: ‘Hoe kunt U dat nu vragen? U staat midden tussen de mensen!’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195131 En zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare tegen U opdringt en Gij zegt: Wie heeft Mij aangeraakt? Zie het hoofdstuk |