Markus 3:5 - Statenvertaling Jongbloed-editie5 En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel5 Toen keek Hij de mensen aan die om Hem heen stonden. Hij was boos en bedroefd dat ze zo hard waren. En Hij zei tegen de man: "Strek je hand uit." De man strekte zijn hand uit en de hand werd net zo gezond als de andere. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling5 Hij keek hen toornig aan, want Hij was bedroefd over de verharding van hun hart, en zei tegen de man: “Strek je hand uit!” Hij strekte die uit en zie, zijn hand was hersteld. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling5 En nadat Hij hen rondom toornig aangekeken had, tegelijk bedroefd over de verharding van hun hart, zei Hij tegen de man: Steek uw hand uit. En hij stak hem uit, en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere. Zie het hoofdstukHet Boek5 Jezus keek boos om Zich heen, omdat zij zo hard en onverschillig waren, en het deed Hem pijn. Tegen de ongelukkige man zei Hij: ‘Steek uw hand uit.’ De man deed het en zijn hand werd op slag weer gezond. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19515 En nadat Hij hen, zeer bedroefd over de verharding van hun hart, rondom Zich met toorn had aangezien, zeide Hij tot de mens: Strek uw hand uit! En hij strekte haar uit en zijn hand werd weder gezond. Zie het hoofdstuk |