Markus 2:26 - Statenvertaling Jongbloed-editie26 Hoe hij ingegaan is in het huis Gods, ten tijde van Abjathar, den hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand zijn geoorloofd te eten, dan den priesteren, en ook gegeven heeft dengenen, die met hem waren? Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel26 Dat was in de tijd dat Abjatar hogepriester was. David ging Gods heiligdom binnen, nam de heilige broden mee en at ze op. Dat mocht helemaal niet, want daar mogen alleen de priesters van eten. Ook deelde hij van dat brood uit aan zijn mannen." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling26 Hoe hij het Huis van GOD binnenging, toen Abjatar hogepriester was, en van de toonbroden van de HEERE at, die niemand mocht eten behalve de priesters? En ook gaf hij daarvan aan hen die bij hem waren.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling26 Hoe hij het huis van God binnengegaan is ten tijde van Abjathar, de hogepriester, en de toonbroden gegeten heeft, die niemand mag eten behalve de priesters, en ze ook gegeven heeft aan hen die bij hem waren? Zie het hoofdstukHet Boek26 Hij ging de tempel van God binnen, in de tijd dat Abjathar hogepriester was, en nam het heilige brood mee. Eigenlijk mochten alleen de priesters dat eten. Maar David en zijn vrienden aten het brood toch. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195126 [Hoe] hij onder het hogepriesterschap van Abjatar het huis Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft? Zie het hoofdstuk |