Markus 11:28 - Statenvertaling Jongbloed-editie28 En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt? Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel28 Ze zeiden tegen Hem: "Waarom denkt U dat U deze dingen mag doen? En wie heeft gezegd dat U dit moet doen?" Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling28 Zij zeiden tegen Hem: “Op grond van welk gezag doet U deze dingen? En wie heeft U dit gezag gegeven om deze dingen te doen?” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling28 en zeiden tegen Hem: Met welke bevoegdheid doet U deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven om deze dingen te doen? Zie het hoofdstukHet Boek28 en vroegen Hem: ‘Mag U dit alles wel doen? Wie heeft U daar de bevoegdheid voor gegeven?’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195128 en zeiden tot Hem: Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? Of wie heeft U de bevoegdheid gegeven om deze dingen te doen? Zie het hoofdstuk |