Markus 10:32 - Statenvertaling Jongbloed-editie32 En zij waren op den weg, gaande op naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen; en zij waren verbaasd, en Hem volgende, waren zij bevreesd. En de twaalven wederom tot Zich nemende, begon Hij hun te zeggen de dingen, die Hem overkomen zouden; Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel32 Ze waren op weg naar Jeruzalem. Jezus liep voor hen uit. De leerlingen en de andere mensen die met hen meeliepen, waren ongerust. Opnieuw nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij begon hun opnieuw te vertellen wat er met Hem zou gaan gebeuren. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling32 Zij gingen op weg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit. Zij waren verbaasd en terwijl zij Hem volgden, waren zij bevreesd. Hij nam zijn twaalf apostelen apart en begon hun te zeggen wat er met Hem zou gaan gebeuren: Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling32 En zij waren onderweg en gingen naar Jeruzalem en Jezus ging hen voor; en zij waren verbaasd en terwijl zij Hem volgden, waren zij bevreesd. En toen Hij de twaalf opnieuw bij Zich genomen had, begon Hij tegen hen te zeggen wat Hem overkomen zou: Zie het hoofdstukHet Boek32 Zij waren op weg naar Jeruzalem en Jezus liep voorop. De mensen die met Hem meeliepen, waren verbijsterd en bang. Jezus nam de twaalf nog eens apart. Hij vertelde hun wat Hem in Jeruzalem te wachten stond. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195132 Zij waren onderweg, opgaande naar Jeruzalem, en Jezus ging vóór hen uit, en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd. En wederom nam Hij de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen: Zie het hoofdstuk |