Ester 9:16 - Statenvertaling Jongbloed-editie16 De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel16 De Judeeërs in de rest van het koninkrijk verzamelden zich op de 13e dag van de maand Adar en verdedigden hun leven. Zo kregen ze rust. Ze hadden 75.000 vijanden gedood. Maar ze wilden geen buit meenemen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling16 De rest van de Joden die zich in de rijksgebieden van de koning bevonden, kwamen ook bijeen om hun leven te verdedigen en om rust te krijgen van hun vijanden. Zij doodden vijfenzeventigduizend man onder hun haters, maar zij staken hun handen niet uit naar de buit. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling16 En de rest van de Joden, die in de gewesten van de koning waren, verzamelden zich om pal te staan voor hun leven en kregen rust van hun vijanden. Zij doodden onder hun haters vijfenzeventigduizend man, maar zij staken hun hand niet uit naar de buit. Zie het hoofdstukHet Boek16 Ondertussen hadden de Joden in de andere delen van het rijk zich verzameld om zich te verdedigen. Zij doodden vijfenzeventigduizend van hun tegenstanders. Maar de Joden raakten de buit niet aan. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195116 En de overige Joden in de gewesten des konings verzamelden zich en verdedigden hun leven en kregen rust van hun vijanden; zij doodden onder hun haters vijfenzeventigduizend, maar zij staken hun handen niet uit naar de buit, Zie het hoofdstuk |