Ester 9:13 - Statenvertaling Jongbloed-editie13 Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel13 Ester zei: "Volgens het bevel mochten de Judeeërs zich alleen vandaag tegen hun vijanden verdedigen. Maar ik wil u vragen of de Judeeërs die in Susan wonen dat morgen alstublieft ook nog mogen. En ik wil graag dat de tien zonen van Haman opgehangen worden." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling13 Toen zei Ester: “Als het de instemming van de koning heeft, laat men dan ook morgen de Joden die zich in Shushan bevinden toestaan om te handelen volgens de wet die vandaag geldt en laat men de tien zonen van Haman aan de galg ophangen.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling13 Toen zei Esther: Als het de koning goeddunkt, laat het dan aan de Joden die in Susan zijn, toegestaan zijn om ook morgen te doen volgens de wet die voor vandaag geldt; en laat men de tien zonen van Haman aan de galg hangen. Zie het hoofdstukHet Boek13 Esther zei: ‘Als uwe majesteit het goedvindt, geef de Joden hier in Susan toestemming ook morgen hetzelfde te doen als vandaag. En laat de lichamen van Hamans tien zonen ophangen.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195113 En Ester zeide: Indien het de koning behaagt, dan worde ook morgen aan de Joden die in Susan zijn, toegestaan te doen naar de voor heden geldende wet, en de tien zonen van Haman spietse men op een paal. Zie het hoofdstuk |