Ester 9:10 - Statenvertaling Jongbloed-editie10 De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedátha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel10 Dat waren de tien zonen van Haman die de vijand was geweest van de Judeeërs. Maar ze wilden geen buit meenemen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling10 de tien zonen van Haman, de zoon van Hammedatha, de vijand van de Joden, doodden zij, maar zij staken hun handen niet uit naar de buit. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling10 de tien zonen van Haman, de zoon van Hammedatha, de tegenstander van de Joden, doodden zij, maar ze staken hun hand niet uit naar de buit. Zie het hoofdstukHet Boek10 Maar van hun bezittingen bleven zij af. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195110 doodden zij, de tien zonen van Haman, de zoon van Hammedata, de jodenhater, maar zij staken hun handen niet uit naar de buit. Zie het hoofdstuk |