Ester 8:1 - Statenvertaling Jongbloed-editie1 Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasvéros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mórdechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel1 Diezelfde dag gaf koning Ahasveros alles aan Ester wat van Haman, de vijand van de Judeeërs, was geweest. En hij liet Mordechai naar het paleis komen. Want Ester had de koning verteld dat hij als een vader voor haar had gezorgd. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling1 Op die dag gaf koning Ahasveros het huis van Haman, de vijand van de Joden, aan koningin Ester, en Mordechai kwam bij de koning, want Ester had verteld in wat voor relatie hij tot haar stond. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling1 Op diezelfde dag gaf koning Ahasveros aan koningin Esther het huis van Haman, de tegenstander van de Joden; en Mordechai kwam bij de koning, want Esther had verteld wat hij voor haar was. Zie het hoofdstukHet Boek1 Diezelfde dag schonk koning Ahasveros alle bezittingen van Haman, de jodenhater, aan koningin Esther. Mordechai werd bij de koning geroepen, want Esther had de koning verteld dat hij haar neef en pleegvader was. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19511 Op diezelfde dag gaf de koning Ahasveros aan koningin Ester het huis van Haman, de jodenhater, en kwam Mordekai in des konings tegenwoordigheid, want Ester had te kennen gegeven, in welke familiebetrekking hij tot haar stond. Zie het hoofdstuk |