Ester 7:2 - Statenvertaling Jongbloed-editie2 Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel2 Toen ze na het eten wijn zaten te drinken, zei de koning ook deze tweede dag tegen Ester: "Wat wil je me vragen, koningin Ester? Vraag wat je wil, en ik zal het je geven. Al is het de helft van mijn koninkrijk." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 zei de koning, ook op deze tweede dag, bij het drinken van de wijn tegen Ester: “Wat is je wens, koningin Ester? Het zal je gegeven worden. Wat is je verzoek? Er zal aan worden voldaan, al vroeg je de helft van het koninkrijk.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 zei de koning ook op de tweede dag bij het drinken van de wijn tegen Esther: Wat is uw vraag, koningin Esther? Het zal u gegeven worden. En wat is uw verzoek? Het zal ingewilligd worden, al was het ook de helft van het koninkrijk. Zie het hoofdstukHet Boek2 Nadat de wijn was ingeschonken, vroeg de koning opnieuw: ‘Welk verzoek heb je, koningin Esther? Wat wil je? Ja, wat het ook is, ik zal het je geven, zelfs al was het mijn halve koninkrijk!’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 zeide de koning ook op deze tweede dag bij het drinken van de wijn tot Ester: Wat is uw verzoek, o koningin Ester? Het zal u toegestaan worden. En wat is uw wens? Al zou het de helft van het koninkrijk zijn – hij zal worden ingewilligd. Zie het hoofdstuk |