Ester 6:9 - Statenvertaling Jongbloed-editie9 En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft! Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel9 Die minister moet de man de mantel omslaan en de kroon op het hoofd zetten. Daarna moet hij hem op het paard helpen. Laat de man zo over het plein van de stad rijden. En laat de minister voor hem uit lopen en roepen: 'Zó doet de koning met de man die hij wil belonen!' " Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling9 Men zal het kleed en het paard ter hand stellen aan één van de vorsten van de koning, iemand uit de edelen, en men zal de man, aan wie de koning graag eer wil bewijzen, het kleed aandoen en men zal hem op het paard over het plein van de stad laten rijden en men zal voor hem uit roepen: ‘Zo zal men doen met de man aan wie de koning graag eer bewijst!’” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling9 En dan moet men dat gewaad en dat paard in handen geven van iemand uit de vorsten van de koning, de edelen. En dan moet men hem aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen, hiermee kleden en hem op dat paard doen rijden over het plein van de stad, en voor hem uitroepen: Zo wordt gedaan met de man aan wie het de koning behaagt eer te bewijzen! Zie het hoofdstukHet Boek9 Laat een van uw aanzienlijkste hofleden die man helpen dat gewaad aan te trekken. Daarna moet hij hem op uw paard door de stad leiden en voor hem uit roepen: “Dit doet de koning met de man aan wie hij eer wil bewijzen!” ’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19519 en men stelle dat kleed en dat paard ter hand aan een van de vorsten des konings, de edelen, en men trekke de man wie de koning eer wil bewijzen, dat kleed aan en men doe hem op dat paard rijden over het plein der stad en men roepe vóór hem uit: Zó wordt gedaan aan de man wie de koning eer wil bewijzen! Zie het hoofdstuk |