Ester 6:4 - Statenvertaling Jongbloed-editie4 Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mórdechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.) Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel4 Toen vroeg de koning: "Is er iemand op het plein?" Haman liep net op dat moment over het buitenplein van het paleis. Hij wilde de koning komen zeggen dat hij Mordechai wilde ophangen aan de galg die hij daarvoor had neergezet. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling4 Toen zei de koning: “Wie is er in de voorhof?” Haman was net de buitenste voorhof van het huis van de koning binnengekomen om de koning te zeggen dat men Mordechai aan de galg moest ophangen die hij voor hem had laten klaarmaken. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling4 Toen zei de koning: Wie is er in de voorhof? – Nu was Haman de buitenste voorhof van het huis van de koning binnengekomen om de koning te zeggen dat men Mordechai zou hangen aan de galg die hij voor hem had laten oprichten. – Zie het hoofdstukHet Boek4 ‘Wie is er op het ogenblik in de buitenste voorhof?’ vroeg de vorst. Nu was Haman juist de buitenste voorhof ingelopen. Hij was van plan de koning te vragen of hij Mordechai mocht ophangen aan de pasgebouwde galg. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19514 Toen zeide de koning: Wie is er in de voorhof? Haman nu was juist in de buitenste voorhof van het koninklijk paleis gekomen om de koning te zeggen, dat hij Mordekai zou spietsen op de paal die hij voor hem had opgericht. Zie het hoofdstuk |