Ester 6:3 - Statenvertaling Jongbloed-editie3 Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mórdechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel3 Toen vroeg de koning: "Wat heeft Mordechai daarvoor als beloning gekregen?" De dienaar antwoordde: "Hij heeft geen beloning gekregen." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling3 Toen zei de koning: “Welke eer en grote hulde is hiervoor aan Mordechai bewezen?” De jonge dienaren van de koning die in zijn dienst stonden, zeiden: “Er is niets voor hem gedaan!” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling3 Toen zei de koning: Welk eerbewijs en welke onderscheiding is hiervoor aan Mordechai verleend? En de hovelingen van de koning die hem dienden, zeiden: Er is niets aan hem verleend. Zie het hoofdstukHet Boek3 ‘Wat voor beloning hebben wij Mordechai hiervoor gegeven?’ vroeg de koning zijn dienaren. ‘Hij heeft nooit iets gekregen,’ antwoordden zij. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19513 zeide de koning: Welke eer en onderscheiding is daarvoor aan Mordekai bewezen? En de dienstdoende hovelingen des konings antwoordden: Hem is niets bewezen. Zie het hoofdstuk |