Ester 5:3 - Statenvertaling Jongbloed-editie3 Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel3 Toen vroeg de koning haar: "Wat is er aan de hand, koningin Ester? Wat wil je me vragen? Wat het ook is, ik zal het je geven. Al is het de helft van mijn koninkrijk." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling3 Toen zei de koning tegen haar: “Wat is er met je, koningin Ester, of wat is je verzoek? Het zal je gegeven worden, al was het de helft van het koninkrijk.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling3 Toen zei de koning tegen haar: Wat is er met u, koningin Esther, en wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, al was het ook de helft van het koninkrijk. Zie het hoofdstukHet Boek3 De koning vroeg: ‘Wat is er, koningin Esther? Kan ik iets voor je doen? Al wilde je mijn halve koninkrijk hebben, ik zou het je geven.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19513 Daarop zeide de koning tot haar: Wat hebt gij, koningin Ester, en wat is uw wens? Al was het de helft van het koninkrijk – het zal u gegeven worden. Zie het hoofdstuk |