Ester 4:4 - Statenvertaling Jongbloed-editie4 Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mórdechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel4 De dienaressen en hofdienaren van koningin Ester vertelden haar wat Mordechai deed. Ze schrok hevig en stuurde hen met andere kleren naar hem toe. Maar hij wilde die niet aantrekken. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling4 De jonge dienaressen van Ester en haar hofdienaren kwamen het haar meedelen en de koningin schrok hevig. Zij stuurde kleren naar Mordechai om zich daarmee te kleden en zijn rouwzak af te doen, maar hij nam ze niet aan. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling4 Toen kwamen de dienaressen van Esther en haar hovelingen en zij vertelden het haar; en de koningin was zeer ontdaan en zij stuurde kleren om die Mordechai aan te trekken en zijn rouwgewaad af te leggen; maar hij nam ze niet aan. Zie het hoofdstukHet Boek4 Toen Esthers dienaressen en hovelingen haar vertelden van Mordechaiʼs gedrag, schrok zij hevig. Zij stuurde hem onmiddellijk andere kleren om de rouwkleding te vervangen. Maar hij weigerde deze aan te nemen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19514 Toen nu de dienaressen en de hovelingen van Ester haar dit mededeelden, schrok de koningin hevig en zij zond klederen om Mordekai daarmede te kleden en zijn rouwgewaad van hem weg te nemen, maar hij nam ze niet aan. Zie het hoofdstuk |