Ester 3:2 - Statenvertaling Jongbloed-editie2 En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mórdechai neigde zich niet, en boog zich niet neder. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel2 Iedereen in het paleis moest diep voor Haman buigen wanneer hij langskwam. Want dat had de koning bevolen. Maar Mordechai weigerde dat. Hij knielde niet en boog niet voor Haman. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling2 En alle dienaren van de koning in de koningspoort vielen op hun knieën en knielden voor Haman, want zo had de koning ten aanzien van hem bevolen. Maar Mordechai viel niet op zijn knieën en knielde niet. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling2 En alle dienaren van de koning die in de poort van de koning waren, knielden en bogen zich voor Haman neer, want zo had de koning dat bevolen ten aanzien van hem. Mordechai echter knielde niet en boog zich niet neer. Zie het hoofdstukHet Boek2 Alle dienaren van de koning maakten een zeer diepe buiging wanneer Haman passeerde, want zo had de koning het bevolen. Maar Mordechai weigerde te buigen en hem eer te bewijzen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19512 En alle dienaren des konings die in de poort des konings waren, knielden en wierpen zich voor Haman ter aarde, want aldus had de koning ten aanzien van hem geboden. Mordekai echter knielde niet en wierp zich niet ter aarde. Zie het hoofdstuk |