Ester 1:14 - Statenvertaling Jongbloed-editie14 De naasten nu bij hem waren Cársena, Sethar, Admátha, Tharsis, Meres, Mársena, Memúchan, zeven vorsten der Perzen en der Meden, die het aangezicht des konings zagen, die vooraan zaten in het koninkrijk), Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel14 Die raadgevers heetten Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven ministers van Perzië en Medië. Zij waren de belangrijkste mannen van zijn rijk. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling14 tegen Carsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena, Memuchan, de zeven vorsten van de Perzen en van de Meden, die het dichtst bij hem stonden en die het gezicht van de koning mochten zien en de eerste plaatsen in het koninkrijk innamen: Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling14 met name zij die het dichtst bij hem stonden: Carsena, Sethar, Admatha, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan, de zeven vorsten van Perzië en Medië, die het aangezicht van de koning mochten zien en een vooraanstaande positie innamen in het koninkrijk): Zie het hoofdstukHet Boek14 Deze mannen heetten Karsena, Sethar, Admatha, Tarsis, Meres, Marsena en Memukan. Zij waren niet alleen de persoonlijke vrienden van de koning, maar ook zijn hoogste regeringsambtenaren. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195114 van wie hem het naast stonden Karsena, Setar, Admata, Tarsis, Meres, Marsena en Memukan, de zeven vorsten van Perzië en Medië, die het aangezicht des konings zagen, die de eerste plaats bekleedden in het rijk –: Zie het hoofdstuk |