Ester 1:13 - Statenvertaling Jongbloed-editie13 Toen zeide de koning tot de wijzen, die de tijden verstonden (want alzo moest des konings zaak geschieden, in de tegenwoordigheid van al degenen, die de wet en het recht wisten; Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel13 De koning overlegde met zijn raadgevers wat hij doen moest. (Want het was in die tijd de gewoonte dat de koning alles overlegde met zijn raadgevers, want zij kenden de wetten.) Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling13 Toen zei de koning tegen de wijzen, de kenners van de tijden - want gewoonlijk werd een zaak van de koning voorgelegd aan hen die de wet en het recht kenden - Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling13 Toen zei de koning tegen de wijzen, die de tijden kenden (zo immers was de handelwijze van de koning tegenover allen die de wet en het recht kenden, Zie het hoofdstukHet Boek13 Hij raadpleegde echter eerst zijn adviseurs, want hij deed nooit iets buiten hen om. Het waren wijze mannen, die kennis bezaten van astrologie en rechtsgeleerdheid. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195113 En de koning zeide tot de wijzen, de kenners der tijden – want zó was het de gewoonte om de aangelegenheden des konings voor te leggen aan alle kenners van wet en recht, Zie het hoofdstuk |