Ester 1:10 - Statenvertaling Jongbloed-editie10 Op den zevenden dag, toen des konings hart vrolijk was van den wijn, zeide hij tot Mehúman, Biztha, Charbóna, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven kamerlingen, dienende voor het aangezicht van den koning Ahasvéros, Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel10 Op de zevende dag, toen de koning dronken was van al de wijn die hij had gedronken, gaf hij zijn dienaren Mehuman, Bizta, Charbona, Bigta, Abagta, Zetar en Charchas het bevel om koningin Vasti te halen, met haar kroon op. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling10 Op de zevende dag, toen het hart van de koning door de wijn vrolijk geworden was, zei hij tegen Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha, Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven hofdienaren, die bij koning Ahasveros dienst deden, Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling10 Op de zevende dag, toen het hart van de koning vrolijk was door de wijn, zei hij tegen Mehuman, Biztha, Charbona, Bigtha en Abagtha, Zethar en Charchas, de zeven hovelingen die dienden in de tegenwoordigheid van koning Ahasveros, Zie het hoofdstukHet Boek10 Op de laatste dag van het feest riep de halfdronken koning zijn zeven persoonlijke bedienden Mehuman, Bizta, Harbona, Bigta, Abagta, Zethar en Karkas bij zich. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195110 Op de zevende dag, toen het hart des konings vrolijk was van de wijn, beval hij Mehuman, Bizzeta, Charbona, Bigta, Abagta, Zetar en Karkas, de zeven hovelingen die in de persoonlijke dienst van koning Ahasveros stonden, Zie het hoofdstuk |