Daniël 9:7 - Statenvertaling Jongbloed-editie7 Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding, waarmede zij tegen U overtreden hebben. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel7 U bent eerlijk en rechtvaardig, Heer. Maar wij zouden ons over onszelf moeten schamen: alle mannen van Juda, de bewoners van Jeruzalem, het hele volk van Israël, alle Israëlieten die dichtbij of ver weg wonen in de landen waar U hen naartoe heeft gejaagd omdat ze ontrouw aan U waren. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling7 Bij U, mijn Heer, is de gerechtigheid, maar bij ons is er beschaamdheid op het gezicht, zoals deze dag het geval is bij de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en bij hen die veraf zijn in alle landen waarheen U ze verdreven hebt vanwege hun ontrouw waarmee zij tegen U ontrouw zijn geweest. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling7 Bij U, Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de schaamte op het gezicht – zo is het heden ten dage bij de mannen van Juda, bij de inwoners van Jeruzalem en bij heel Israël, bij hen die dichtbij zijn en die ver weg zijn, in alle landen waarheen U hen verdreven hebt om hun trouwbreuk, die zij tegenover U gepleegd hebben. Zie het hoofdstukHet Boek7 Here, U bent rechtvaardig, maar wij schamen ons over onze zonden. Ja, dit geldt vandaag de dag voor zowel de mannen uit Juda, als voor de inwoners van Jeruzalem en heel Israël. Het geldt voor iedereen, of we nu ver weg of dichtbij wonen, of naar welk land U ons ook hebt verdreven vanwege onze ontrouw aan U. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19517 Bij U, Here, is de gerechtigheid, maar bij ons een beschaamd gelaat, gelijk heden ten dage, bij de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem en bij geheel Israël, bij hen die dichtbij en die veraf wonen in al de landen waarheen Gij hen hebt verstoten om de ontrouw die zij jegens U hebben gepleegd. Zie het hoofdstuk |