Daniël 9:4 - Statenvertaling Jongbloed-editie4 Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: "Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling4 Ik bad tot de HEERE, mijn GOD, en deed belijdenis en zei: “Och mijn Heer, U grote en ontzagwekkende God, die waakt over het Verbond en de liefdevolle trouw ten aanzien van hen die Hem liefhebben en zich aan zijn geboden houden. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling4 Ik bad tot de HEERE, mijn God, en deed belijdenis en zei: Och Heere, grote en ontzagwekkende God, Die Zich houdt aan het verbond en de goedertierenheid ten aanzien van hen die Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, Zie het hoofdstukHet Boek4 Ik beleed de Here mijn zonden en die van mijn volk. ‘Here,’ bad ik, ‘U bent een grote en ontzagwekkende God. U bent trouw in het nakomen van uw beloften. U bent genadig en goed voor de mensen die U liefhebben en uw geboden naleven. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19514 En ik bad tot de Here, mijn God, en deed schuldbelijdenis en zeide: Ach Here, Gij grote en geduchte God, die vasthoudt aan het verbond en de goedertierenheid jegens hen die U liefhebben en uw geboden bewaren; Zie het hoofdstuk |