Daniël 9:16 - Statenvertaling Jongbloed-editie16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel16 Maar, Heer, wilt U nu voor ons opkomen en niet langer boos op ons zijn. Heer, straf Jeruzalem en uw heilige berg alstublieft niet langer. Want omdat wij en onze ouders U ongehoorzaam zijn geweest, worden wij en Jeruzalem nu door iedereen uitgelachen en bespot. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling16 O mijn Heer, wend toch uw toorn en uw uitbarsting van woede af van uw stad Jeruzalem, van uw heilige berg, omwille van uw gerechtigheden. Want door onze zonden en door de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en uw volk tot smaad geworden voor allen die ons omringen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling16 Heere, laten toch Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van Uw stad Jeruzalem, Uw heilige berg, op grond van al Uw gerechtigheden, want om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en Uw volk tot smaad geworden voor allen die ons omringen. Zie het hoofdstukHet Boek16 Here, laat toch ter wille van uw gerechtigheid uw toorn tegen uw eigen stad Jeruzalem, uw heilige berg, worden afgewend. Want vanwege onze zonden en die van onze voorouders drijven de heidenen rondom de spot met uw volk en met Jeruzalem. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195116 Here, mogen naar al uw gerechtigheid uw toorn en uw grimmigheid zich toch afwenden van uw stad Jeruzalem, uw heilige berg; want om onze zonden en om de ongerechtigheden onzer vaderen zijn Jeruzalem en uw volk tot een smaad geworden voor allen om ons heen. Zie het hoofdstuk |