Daniël 8:8 - Statenvertaling Jongbloed-editie8 En de geitenbok maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn, en er kwamen op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke, naar de vier winden des hemels. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel8 De bok met de ene hoorn werd steeds machtiger. Maar toen hij heel erg machtig was geworden, brak de grote hoorn plotseling af. Daarvoor in de plaats ontstonden vier grote horens die in de richting van de vier windstreken wezen. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling8 De geitenbok maakte zich buitengewoon groot, maar toen hij sterk geworden was, brak die grote hoorn en daarvoor in de plaats rezen er vier opvallende horens op naar de vier windrichtingen van de hemel. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling8 De geitenbok maakte zich uitermate groot. Maar toen hij machtig geworden was, brak de grote hoorn af en in plaats daarvan kwamen er vier opvallende op, overeenkomstig de vier windstreken van de hemel. Zie het hoofdstukHet Boek8 De geitenbok werd trots en machtig, maar op het toppunt van zijn macht brak plotseling zijn grote hoorn af en op die plaats kwamen vier opvallende horens op. Zij waren gericht naar de vier windstreken. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19518 De geitebok nu maakte zich bovenmate groot, maar toen hij machtig werd, brak de grote horen af, en vier opvallende horens rezen in diens plaats op, naar de vier windstreken des hemels. Zie het hoofdstuk |