Daniël 8:7 - Statenvertaling Jongbloed-editie7 En ik zag hem, nakende aan den ram, en hij verbitterde zich tegen hem, en hij stiet den ram, en hij brak zijn beide hoornen; en in den ram was geen kracht, om voor zijn aangezicht te bestaan; en hij wierp hem ter aarde, en hij vertrad hem, en er was niemand, die den ram uit zijn hand verloste. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel7 Toen hij vlakbij was, stootte hij woedend toe en brak de twee horens van het schaap. Het schaap met de twee horens kon niet tegen hem op. De bok met de ene hoorn gooide hem tegen de grond en vertrapte hem. Niemand kon het schaap nog redden. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling7 en ik zag dat hij dicht bij de ram kwam en vol bitterheid tegen hem uitviel. Hij stootte de ram en brak zijn beide horens en de ram had geen kracht om tegenover hem stand te houden. Hij wierp hem op de grond en vertrapte hem en er was niemand die de ram uit zijn macht verloste. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling7 Ik zag hoe hij, vlak bij de ram gekomen, zich tegen hem verbitterde, de ram een stoot gaf en zijn beide hoorns brak. In de ram was geen kracht om tegen hem stand te houden. De bok wierp hem tegen de grond en vertrapte hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht kon redden. Zie het hoofdstukHet Boek7 Hij viel de ram woedend aan en brak daarbij diens beide horens. De ram was nu hulpeloos en de geitenbok sloeg hem tegen de grond en vertrapte hem. En niemand deed een poging de ram te redden. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19517 ik zag, dat hij tot vlak bij de ram kwam; verbitterd stiet hij de ram, brak zijn beide horens, en er was geen kracht in de ram om tegen hem stand te houden; hij wierp hem ter aarde en vertrad hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht redde. Zie het hoofdstuk |