Daniël 8:4 - Statenvertaling Jongbloed-editie4 Ik zag, dat de ram met de hoornen tegen het westen stiet, en tegen het noorden, en tegen het zuiden, en geen dieren konden voor zijn aangezicht bestaan, en er was niemand, die uit zijn hand verloste; maar hij deed naar zijn welgevallen, en hij maakte zich groot. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel4 Ik zag het dier met zijn horens stoten in de richting van [ de dieren in ] het westen, het noorden en het zuiden. Geen enkel dier kon tegen hem op. Het was sterker dan alle andere dieren en het kon doen wat het wilde. Niemand kon uit zijn macht worden gered. Het werd steeds machtiger. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling4 Ik zag dat de ram met de horens naar het westen stootte en naar het noorden en naar het zuiden. Geen enkel dier kon tegenover hem standhouden en er was niemand, die uit zijn hand redde. Hij deed waar hij zin in had en maakte zich groot. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling4 Ik zag dat de ram met de hoorns naar het westen stootte, naar het noorden en naar het zuiden. Geen enkel dier kon tegen hem standhouden, en er was niemand die uit zijn macht kon redden. Hij deed naar eigen goeddunken en maakte zich groot. Zie het hoofdstukHet Boek4 De ram stootte naar het westen, het noorden en het zuiden en niemand kon tegen hem standhouden of zijn slachtoffers redden. Hij deed wat hij wilde en werd erg groot. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19514 Ik zag de ram stoten naar het westen, naar het noorden en naar het zuiden, en geen enkel dier kon tegen hem standhouden; er was niemand die redden kon uit zijn macht, en hij deed naar zijn welgevallen en maakte zich groot. Zie het hoofdstuk |