Daniël 8:17 - Statenvertaling Jongbloed-editie17 En hij kwam nevens waar ik stond; en als hij kwam, verschrikte ik, en viel op mijn aangezicht. Toen zeide hij tot mij: Versta, gij mensenkind! want dit gezicht zal zijn tot den tijd van het einde. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel17 De man kwam naar mij toe. Toen hij dicht bij mij kwam, werd ik zó bang dat ik op de grond viel. Maar hij zei: "Mensenzoon, je moet begrijpen dat de dingen die je hebt gezien, over het eind van de tijd gaan." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling17 En hij kwam naast mij staan waar ik stond. Toen hij kwam, schrok ik en viel met mijn gezicht ter aarde neer. Toen zei hij tegen mij: “Mensenkind, begrijp dat het visioen voor de eindtijd is bedoeld.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling17 Hij kwam naast de plaats staan waar ik stond. Toen hij kwam, werd ik door angst overvallen, en ik wierp me met het gezicht ter aarde. Toen zei hij tegen mij: Begrijp, mensenkind, dat het visioen betrekking heeft op de tijd van het einde. Zie het hoofdstukHet Boek17 Hij liep op mij af en van schrik wierp ik mij languit op de grond. ‘Mensenkind,’ zei hij, ‘u moet begrijpen dat dit visioen betrekking heeft op de eindtijd.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195117 En hij kwam tot waar ik stond, en toen hij kwam, schrikte ik en wierp mij op mijn aangezicht, maar hij zeide tot mij: Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde. Zie het hoofdstuk |