Daniël 6:8 - Statenvertaling Jongbloed-editie8 Al de vorsten des rijks, de overheden en stadhouders, de raadsheren en landvoogden hebben zich beraadslaagd een koninklijke ordonnantie te stellen, en een sterk gebod te maken, dat al wie in dertig dagen een verzoek zal doen van enigen god of mens, behalve van u, o koning! die zal in den kuil der leeuwen geworpen worden. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel8 De bestuurders en ministers van uw koninkrijk raden u aan een nieuwe wet uit te schrijven. We stellen voor dat u een wet maakt dat iedereen de komende 30 dagen alleen aan ú iets mag vragen. Iedereen die aan een ander mens of aan een god iets vraagt, moet in de leeuwenkuil worden gegooid. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling8 Alle leiders van het koninkrijk, de bestuurders, de onderkoningen, de raadsmannen en landvoogden, hebben onderling overlegd, dat de koning een bevel moet uitvaardigen en een verbod van kracht moet laten worden, dat ieder die binnen dertig dagen een verzoek tot enig god of mens zal richten, behalve dan tot u, o koning, in de leeuwenkuil geworpen zal worden. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling8 Al de rijksbestuurders van het koninkrijk, de machthebbers, de stadhouders, de raadslieden en de landvoogden, zijn na onderling beraad van mening dat er een koninklijk besluit moet worden opgesteld en een verbod moet worden bekrachtigd, dat al wie binnen dertig dagen een verzoek zal richten aan welke god of mens ook, behalve aan u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. Zie het hoofdstukHet Boek8 Wij, onderkoningen, functionarissen, gouverneurs, adviseurs en landvoogden, zijn van mening dat u een koninklijk besluit moet uitvaardigen. Daarin moet u bepalen dat ieder die de komende dertig dagen een verzoek richt tot een god of een mens, behalve tot u, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19518 Alle rijksbestuurders van het koninkrijk, oversten, stadhouders, raadsheren en landvoogden hebben zich beraden, dat een koninklijk besluit behoort te worden uitgevaardigd en een verbod vastgesteld, dat ieder die binnen dertig dagen een verzoek richt tot enige god of mens behalve tot u, o koning, in de leeuwenkuil zal worden geworpen. Zie het hoofdstuk |