Daniël 6:6 - Statenvertaling Jongbloed-editie6 Toen zeiden die mannen: Wij zullen tegen dezen Daniël geen gelegenheid vinden, tenzij wij tegen hem iets vinden in de wet zijns Gods. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel6 Toen zeiden ze: "We zullen Daniël nergens van kunnen beschuldigen. We zouden alleen iets kunnen gebruiken wat met zijn geloof in God te maken heeft." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling6 Toen zeiden die mannen: “Wij zullen tegen deze Daniël geen enkele aanleiding voor een aanklacht kunnen vinden, tenzij wij iets tegen hem vinden inzake de Wet van zijn God.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling6 Toen zeiden deze mannen: Wij zullen tegen deze Daniël geen enkele grond voor een aanklacht vinden, tenzij wij iets tegen hem vinden in de wet van zijn God. Zie het hoofdstukHet Boek6 ‘Het enige dat overblijft, is hem aan te vallen op zijn godsdienst!’ concludeerden zij. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19516 Toen zeiden die mannen: Wij zullen tegen deze Daniël geen enkele grond voor een aanklacht vinden, tenzij wij iets tegen hem vinden in de dienst van zijn God. Zie het hoofdstuk |