Daniël 6:5 - Statenvertaling Jongbloed-editie5 Toen zochten de vorsten en de stadhouders gelegenheid te vinden, tegen Daniël vanwege het koninkrijk; maar zij konden geen gelegenheid noch misdaad vinden, dewijl hij getrouw was, en geen vergrijping noch misdaad in hem gevonden werd. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel5 Daarom probeerden de andere rijksbestuurders en de bestuurders van de provincies iets te vinden waarvan ze hem bij de koning zouden kunnen beschuldigen. Maar ze konden niets vinden wat hij verkeerd deed of waarin hij oneerlijk was. Want hij was trouw [ aan de koning ] en deed niets verkeerds. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling5 Toen zochten de grootvorsten en de onderkoningen een aanleiding om een aanklacht tegen Daniël in te dienen inzake het koninkrijk, maar zij konden geen aanleiding en niets verkeerds vinden, want hij was trouw en bij hem werd geen nalatigheid of wangedrag gevonden. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling5 Daarop gingen de rijksbestuurders en de stadhouders zoeken naar een grond voor een aanklacht tegen Daniël inzake het koninkrijk, maar zij konden geen enkele grond voor een aanklacht, of iets verkeerds vinden, omdat hij betrouwbaar was en er geen nalatigheid of iets verkeerds bij hem te vinden was. Zie het hoofdstukHet Boek5 Dit zette kwaad bloed bij de twee andere onderkoningen en de gouverneurs. Zij probeerden een fout te vinden in Daniëls beleid, zodat zij een aanklacht tegen hem konden indienen bij de koning. Maar zij konden geen enkel belastend feit ontdekken! Hij was eerlijk en betrouwbaar en boven alle kritiek verheven. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19515 Daarop trachtten de rijksbestuurders en de stadhouders een grond voor een aanklacht tegen Daniël te vinden inzake het rijksbewind, maar zij konden geen enkele grond voor een aanklacht of iets verkeerds vinden, omdat hij getrouw was en er geen verzuim of iets verkeerds bij hem gevonden werd. Zie het hoofdstuk |