Daniël 6:27 - Statenvertaling Jongbloed-editie27 Van mij is een bevel gegeven, dat men in de ganse heerschappij mijns koninkrijks beve en siddere voor het aangezicht van den God van Daniël; want Hij is de levende God, en bestendig in eeuwigheden, en Zijn koninkrijk is niet verderfelijk, en Zijn heerschappij is tot het einde toe. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel27 Ik beveel dat iedereen in mijn hele koninkrijk diep ontzag moet hebben voor de God van Daniël. Want Hij is de levende God die voor eeuwig leeft. Zijn Koninkrijk zal nooit vernietigd worden. Hij is voor eeuwig Koning, tot aan het eind van de tijd. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling27 Door mij is bevel gegeven, dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk, dient te beven en te sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God en Hij blijft bestaan tot in alle eeuwigheid en zijn Koningschap is onaantastbaar en zijn heerschappij duurt tot het einde. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling27 Er wordt door mij bevel gegeven dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn Koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde. Zie het hoofdstukHet Boek27 Hierbij bepaal ik dat men in alle delen van mijn koninkrijk diepe eerbied en ontzag moet hebben voor de God van Daniël. Want Hij is de levende God, die eeuwig blijft, wiens koninkrijk nooit wankelt en aan wiens macht nooit een einde zal komen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195127 Door mij wordt bevel gegeven, dat men in het gehele machtsgebied van mijn koninkrijk voor de God van Daniël zal vrezen en beven; want Hij is de levende God, die blijft in eeuwigheid; zijn koningschap is onverderfelijk en zijn heerschappij duurt tot het einde; Zie het hoofdstuk |