Daniël 6:25 - Statenvertaling Jongbloed-editie25 Toen beval de koning, en zij brachten die mannen voor, die Daniël overluid beschuldigd hadden, en zij wierpen in den kuil der leeuwen hen, hun kinderen, en hun vrouwen; en zij kwamen niet op den grond des kuils, of de leeuwen heersten over hen, zij vermorzelden ook al hun beenderen. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel25 Toen beval de koning: "Haal nu de bestuurders die hem beschuldigd hebben. Gooi hén in de leeuwenkuil, samen met hun vrouwen en kinderen." Nog voordat ze de bodem bereikten, besprongen de leeuwen hen en scheurden hen aan stukken. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling25 Toen zei de koning dat zij de mannen, die Daniël openlijk beschuldigd hadden, moesten halen. Zij wierpen hen in de leeuwenkuil, henzelf, hun kinderen en hun vrouwen. Zij hadden de bodem van de kuil nog niet bereikt of de leeuwen maakten zich al van hen meester en verbrijzelden al hun beenderen. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling25 Vervolgens beval de koning en men haalde die mannen die Daniël openlijk hadden beschuldigd, en men wierp hen, hun kinderen en hun vrouwen, in de leeuwenkuil. Zij hadden de bodem van de kuil nog niet bereikt, of de leeuwen maakten zich van hen meester en verbrijzelden al hun beenderen. Zie het hoofdstukHet Boek25 De koning gebood de mannen te halen die de aanklacht tegen Daniël hadden ingediend, en zij werden met hun vrouwen en kinderen in de leeuwenkuil gegooid. Nauwelijks waren zij in de kuil terechtgekomen of de leeuwen stortten zich op hen en verbrijzelden zelfs hun botten. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195125 En de koning gaf bevel, en men haalde die mannen die de aanklacht tegen Daniël ingebracht hadden en wierp hen in de leeuwenkuil, hen, hun kinderen en hun vrouwen, en zij hadden de bodem van de kuil nog niet bereikt, of de leeuwen maakten zich van hen meester; zelfs al hun beenderen vermorzelden zij. Zie het hoofdstuk |