Daniël 6:18 - Statenvertaling Jongbloed-editie18 En er werd een steen gebracht, en op den mond des kuils gelegd: en de koning verzegelde denzelven met zijn ring, en met den ring zijner geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel18 Er werd een grote steen op de opening van de kuil gelegd. En de koning verzegelde die met zijn eigen zegelring en met de zegelringen van de bestuurders. Zo zou niemand Daniël kunnen bevrijden. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling18 Men bracht een steen en plaatste die op de opening van de kuil en de koning verzegelde die met zijn ring en met de ring van zijn machthebbers, opdat het besluit met betrekking tot Daniël niet veranderd zou worden. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling18 Er werd een steen gebracht en op de opening van de kuil gelegd. De koning verzegelde die met zijn ring en de ring van zijn machthebbers, zodat de maatregel met betrekking tot Daniël niet veranderd kon worden. Zie het hoofdstukHet Boek18 Er werd een steen voor de opening van de kuil gerold en de koning verzegelde hem met zijn eigen zegelring en met die van zijn regeringsleiders. Zo kon niemand Daniël nog redden van de leeuwen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195118 En er werd een steen gebracht en op de opening van de kuil gelegd, en de koning verzegelde die met zijn zegelring en met de zegelring van zijn machthebbers, opdat er niets zou worden veranderd met betrekking tot Daniël. Zie het hoofdstuk |