Daniël 6:14 - Statenvertaling Jongbloed-editie14 Toen antwoordden zij, en zeiden voor den koning: Daniël, een van de gevankelijk weggevoerden uit Juda heeft, o koning! op u geen acht gesteld, noch op het gebod dat gij getekend hebt; maar hij bidt op drie tijden 's daags zijn gebed. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel14 Toen zeiden ze: "Mijn heer de koning, Daniël, één van de mannen die als gevangenen uit Juda hierheen zijn gebracht, trekt zich niets van u aan. Hij heeft zich niets van uw wet aangetrokken. Drie keer per dag bidt hij tot zijn God." Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling14 Toen antwoordden zij en zeiden ten overstaan van de koning: “Daniël, één van de ballingen uit Juda, heeft geen acht op u geslagen, o koning, en ook niet op het verbod dat u ondertekend hebt. Drie keer per dag bidt hij zijn gebed.” Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling14 Toen antwoordden en zeiden zij in de tegenwoordigheid van de koning: Daniël, een van de ballingen uit Juda, heeft op u, o koning, en op het verbod dat u ondertekend hebt, geen acht geslagen, maar op drie tijdstippen per dag doet hij zijn gebed. Zie het hoofdstukHet Boek14 Toen vertelden zij de koning: ‘Daniël, een van de Judese ballingen, trekt zich niets aan van u of uw verbod. Driemaal per dag gaat hij bidden.’ Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195114 Toen zeiden zij tot de koning: Daniël, een van de ballingen uit Juda, heeft geen acht geslagen op u, o koning, noch op het verbod dat gij hebt uitgevaardigd, maar driemaal daags verricht hij zijn gebed. Zie het hoofdstuk |