Daniël 5:5 - Statenvertaling Jongbloed-editie5 Ter zelfder ure kwamen er vingeren van eens mensen hand voort, die schreven tegenover den kandelaar, op de kalk van den wand van het koninklijk paleis, en de koning zag het deel der hand, die daar schreef. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel5 Op dat moment verschenen er op de muur van het paleis plotseling vingers van een mensenhand. Vlak bij de kandelaar schreven ze iets op de kalk van de muur. De koning staarde naar de schrijvende vingers. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling5 Op datzelfde moment verschenen er vingers van een mensenhand, die tegenover de kandelaar op de kalk van de muur van het koninklijk paleis schreven, en de koning zag een deel van de hand die schreef. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling5 Op hetzelfde ogenblik kwamen er vingers van een mensenhand tevoorschijn, die op het pleisterwerk van de wand van het koninklijk paleis schreven, tegenover de kandelaar, en de koning zag het gedeelte van de hand die schreef. Zie het hoofdstukHet Boek5 Plotseling verschenen er vingers van een mensenhand die iets schreven op de gepleisterde muur tegenover de kroonkandelaar. De koning zag met eigen ogen de rug van de schrijvende hand. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19515 Terzelfder tijd verschenen vingers van een mensenhand, die tegenover de luchter op de kalk van de wand van het koninklijk paleis schreven, en de koning zag de rug van de hand, die aan het schrijven was. Zie het hoofdstuk |