Daniël 3:7 - Statenvertaling Jongbloed-editie7 Daarom te dier tijd, als al die volken hoorden het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en allerlei soorten der muziek, alle volken, natiën, en tongen nedervallende, aanbaden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnézar had opgericht. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel7 Daarom boog iedereen zich diep zodra de muziek begon te spelen. Iedereen die daar was, van welk land dan ook, knielde neer, boog zich diep en aanbad het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had neergezet. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling7 Op het moment dat alle volken het geluid van de hoorn, fluit, lier, luit, harp en van allerlei muziekinstrumenten hoorden, vielen alle volken, natiën en talen neer en aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling7 Daarom, zodra al de volken het geluid hoorden van de hoorn, fluit, citer, luit, lier, en allerlei muziekinstrumenten, vielen op datzelfde tijdstip alle volken, natiën en talen neer, en aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnezar had opgericht. Zie het hoofdstukHet Boek7 Bij het horen van de eerste tonen wierp dus iedereen, ongeacht zijn volk, taal of godsdienst, zich op de grond en aanbad het beeld. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 19517 Derhalve wierpen alle volken, natiën en tongen zich ter aarde, zodra zij het geluid van hoorn, fluit, citer, luit, harp en allerlei soort van muziekinstrumenten hoorden, en aanbaden het gouden beeld dat koning Nebukadnessar had opgericht. Zie het hoofdstuk |