Daniël 3:27 - Statenvertaling Jongbloed-editie27 Toen vergaderden de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, en de raadsheren des konings, deze mannen beziende, omdat het vuur over hun lichamen niet geheerst had, en dat het haar huns hoofds niet verbrand was, en hun mantels niet veranderd waren, ja, dat de reuk des vuurs daardoor niet gegaan was. Zie het hoofdstukMeer versiesBasisBijbel27 En de bestuurders, ministers, raadgevers, rechters en aanvoerders van de koning dromden om hen heen. Ze zagen dat het vuur hun niets had gedaan. Ze hadden geen brandwonden en hun haar was niet verschroeid. Hun kleren waren nog heel en er hing zelfs geen brandlucht aan. Zie het hoofdstukEBV24 een eigentijdse Bijbelvertaling27 Toen kwamen de onderkoningen de bestuurders, de landvoogden en de raadsmannen van de koning bijeen en zij stelden vast dat het vuur de lichamen van deze mannen niet had aangetast en dat het haar op hun hoofd niet was verbrand en dat hun mantels niet waren geschonden, ja, dat er zelfs geen brandlucht aan hen zat. Zie het hoofdstukHerziene Statenvertaling27 Toen kwamen de stadhouders, de machthebbers, de landvoogden en de raadslieden van de koning bijeen. Zij zagen aan deze mannen dat het vuur geen vat had gekregen op hun lichaam: het haar van hun hoofd was niet geschroeid, en hun mantels waren niet verteerd, ja, er hing zelfs geen brandlucht aan hen. Zie het hoofdstukHet Boek27 De stadhouders, gouverneurs, landvoogden en raadsheren verdrongen zich om hen heen en zagen dat zij geen letsel van het vuur hadden opgelopen. Hun hoofdhaar was niet verschroeid, hun mantels waren ongeschonden en er hing zelfs geen brandlucht om hen heen. Zie het hoofdstukNBG-vertaling 195127 En de stadhouders, de oversten, de landvoogden en de raadsheren des konings kwamen bijeen; zij zagen, dat het vuur geen macht had gehad over de lichamen van deze mannen, dat hun hoofdhaar niet was geschroeid, dat hun mantels ongeschonden gebleven waren, ja, dat er zelfs geen brandlucht aan hen gekomen was. Zie het hoofdstuk |